Een nieuw vak?
Voorwoord door prof Scheele:
De opleiding tot tandarts vindt plaats in een veranderende context. Vraagstukken als hoe toegankelijkheid van tandartszorg goed geregeld kan worden en wat de juiste zorg op de juiste plek voor mondzorg betekent moeten zorgvuldig worden beantwoord. Dat vraagt om gedegen onderzoek met experimenten in de praktijk. Bij ACTA gaan studenten al naar ouderen thuis, maar in onderstaand betoog vindt de lezer gedachten aan een grotere stap richting thuiszorg. Wanneer zorgvernieuwing een serieuze plek in de praktijk krijgt, moeten afstuderende studenten er klaar voor zijn. Veel leesplezier en benieuwd welke ontwikkelingen hieruit voortkomen.
Fedde Scheele, Decaan ACTA
WAT IS AMBULANTE TANDHEELKUNDE?
Ambulante tandheelkunde (dan wel) Tandheelkundige Thuiszorg is een vorm van tandheelkunde waarbij de patiënt niet naar de tandarts toegaat, maar de tandarts naar de patiënt!! De patiënt hoeft NIET in een bus, die voor komt rijden; de apparatuur is volledig draagbaar, zodat de patiënt in z’n eigen omgeving kan blijven en desnoods in z’n eigen bed kan blijven liggen.
WELKE PATIËNTEN KOMEN DAARVOOR IN AANMERKING?
- Patiënten die langdurig bedlegerig zijn
- Patiënten in verpleeg- en verzorgingshuizen
- Al of niet demente bejaarden
- Lichamelijk- en/of geestelijk gehandicapten
- Patiënten met veel angst voor de tandarts, maar die zich thuis wèl durven te laten behandelen
- Patiënten met straat- en pleinvrees
- Patiënten die zeer efficiënt met hun tijd moeten omgaan
- Gedetineerden
- Bedrijven die hun werknemers niet een hele middag willen missen voor een tandartsbezoekje van twintig minuten
- Mensen die beveiligd moeten worden
EFFICIENCY EN KOSTENBESPARING
Twee voorbeelden ‘uit de praktijk’:
- Zelfs in inrichtingen, waar een tandartsunit aanwezig is, wordt er vaak uitgesproken inefficiënt en daardoor onnodig duur gewerkt: Een demente, die alleen nog maar op bed kan liggen, wordt met behulp van twee helpers en een zogenaamde ‘tillift’ van bed getild. Vervolgens wordt de patiënt op een brancard gelegd, waarna de twee verzorgsters de patiënt via de gang, een lift en weer een gang naar de tandartsunit rijden. Na enige tijd wachten wordt de patiënt met de tillift op de tandartsstoel gehesen, waarna de behandeling, die soms korter dan tien minuten duurt, begint. Daarna wordt de patiënt weer met de tillift uit de behandelstoel gehesen, naar de afdeling vervoerd en weer in bed geplaatst. Het vervoer van de patiënt kost twee medewerkers ruim een half uur, terwijl de tandheelkundige behandeling nog geen tien minuten duurt. In het geval van de ambulante tandarts kan de patiënt vaak gewoon op bed blijven liggen en het verplegend personeel hoeft niets te doen. Een aanzienlijke tijdsbesparing en daarom voor de wat grotere instellingen financieel ook interessant.
- Lichamelijk- en geestelijk gehandicapten kunnen vaak niet alleen gelaten worden. Dit wil zeggen, dat er bij een tandartsbezoek vaak helpers mee moeten, taxi’s en soms zelfs ambulances. Ook in dit voorbeeld spreken de efficiency- en kostenbesparing van tandheelkundige thuiszorg voor zich. Professor Schaub merkte in dit verband op, dat veel praktijken nog steeds slecht rolstoel-bereikbaar zijn door te hoge drempels en soms zelfs traptreden.
VERSCHILLEN EN OVEREENKOMSTEN MET CONVENTIONELE TANDHEELKUNDE
Er is sprake van een relatief beperkt indicatiegebied. De meeste verrichtingen bestaan uit: controles (met voorlichting), foto’s, schoonmaken, vullingen, extracties en prothetiek. Zaken als kroon-en brugwerk zouden in theorie wel kunnen, maar er blijkt weinig behoefte aan; hoewel dit laatste in de toekomst natuurlijk kan veranderen. Het betreft meestal mensen, die ernstig ziek zijn. Het is wellicht daarom dat zij geen hoge tandheelkundige eisen stellen, maar vaker van een pijnklacht afgeholpen willen worden, een vulling behoeven of zitten met een problematische prothese. Het ’technische kunnen’ staat dus minder op de voorgrond.
Echter…: Des te meer eisen stelt de patiënt als zodanig.
Deze is namelijk in de meeste gevallen ‘medisch gecompromitteerd’. En vaak in meerdere opzichten (co morbiditeit). Uiteraard hangt dit samen met het feit, dat de patiënt niet naar de tandarts kan. Vaak moeten de patiënten (met name terminale patiënten) in hun bed blijven liggen, wat de behandeling in ergonomisch opzicht bepaald niet makkelijker maakt. Contact is vaak moeilijk, zo niet onmogelijk, bijvoorbeeld bij Downsyndroom patiënten en ernstig gedementeerden. De communicatie vindt dan meestal plaats via gezinsleden dan wel mantelzorgers (hetero-anamnese).
Een tweede ‘moeilijkheidsfactor’ betreft de gemiddelde leeftijd van de patiënten. Die is een stuk hoger als in de conventionele praktijk. Gerodontologie kan zonder meer als een deelgebied van de tandheelkundige thuiszorg beschouwd worden. En andersom. Het gebeurt nogal eens, dat een terminale patiënt om behandeling vraagt. Dit zijn mensen die vaak minder dan 6 weken te leven hebben en dat weten. Meestal nemen ze veel pijnstillers (morfinepleisters), maar toch kan een afgebroken vulling, een loszittende kies of prothese behoorlijk dwars zitten. Deze categorie patiënten kan vaak alleen maar met een ambulance en één of twee helpers naar de tandarts. Het behoeft geen betoog, dat de ambulante tandarts in zo’n situatie een oplossing kan bieden. In verband met deze terminale patiënten merken Moerenburg en de Baat het volgende op: “….Onder eigenheid wordt die situatie verstaan die de patiënt kan beleven als het meest afgestemd op zijn persoonlijke omstandigheden, behoeften en wensen….”
BEHOEFTE
Er moet op gewezen worden, dat de behoefte aan tandheelkundige thuiszorg erg groot is en door de vergrijzing ongetwijfeld nog groter wordt.
Op: http://www.ambulantetandarts.nl/Subjectieve-behoefte-aan-AT.pdf kunt u een onderzoekje lezen, betreffende de subjectieve behoefte aan Ambulante Tandheelkunde c.q. Tandheelkundige Thuiszorg
Op: http://www.ambulantetandarts.nl/film_promo-AT.html is een filmpje van slechts 3,5 minuut te zien, dat een aardig beeld geeft van hoe Ambulante Tandheelkunde in z’n werk gaat
BETOOG
Zou het geen goed idee zijn (gezien de sterke toename van de behoefte aan tandheelkundige thuiszorg door de vergrijzing), om er een nieuw vak van te maken ?
Een nieuw vak voor studenten Tandheelkunde, studenten Mondzorg en studenten in de Tandtechniek.
Een serieus nieuw vak, steunende op de drie bekende poten: Onderwijs, patiënten-behandeling en wetenschappelijk onderzoek.
Iedere student zou in principe minimaal één keer in z’n opleiding iets moeten horen over Tandheelkundige Thuiszorg.
Iedere student zou (eveneens minimaal één keer in z’n opleiding) een patiënt in z’n thuissituatie moeten behandelen onder toeziend oog van de tandarts-docent.
Verder moet er onderzoek worden gedaan. Er is al onderzoek gedaan (zie boven), maar er moet meer onderzoek worden gedaan: Bijvoorbeeld naar:
- de behoefte uitgesplitst over meerdere categorieën van patiënten: ouderen, angstpatiënten, dementerenden, lichamelijk gehandicapten, lijders aan agorafobie en terminale patiënten
- de objectieve behoefte in de toekomst
- welke specifieke hygiënische eisen moeten er gesteld worden aan de ambulante tandarts? (de hygiëne in een thuiszorgsituatie is uiteraard complexer dan in een klinische situatie)
- aan welke eisen moet de apparatuur voldoen?
- efficiency-verschillen met mobiele tandheelkunde in een bus
- financieel-economische aspecten (op het eerste gezicht lijkt ambulante tandheelkunde duurder, maar het kan ook kostenbesparend werken)
LITERATUUR
“Geriatrische Tandheelkunde – Problematiek van ouder worden en mondgezondheid”
hfdst 20, p 271, door Moerenburg en de Baat: “Zorgverlening aan hulpbehoevenden”
Drs. F.C. van Dongen, tandarts
Filmpje: De Ambulante Tandarts – YouTube

